Hoofdsponsor

80 van de Glasstad:

Europaplein logo 12 sterren

Drie of vier uit 1986?

“Hij loopt voor de tweehonderdste keer de tachtig “ vang ik nog net op. Ik kijk in het donker over de hoofden van zo’n honderd deelnemers van de ‘tachtig van de Glasstad’ in de richting van de stem. Tegen het oranje licht van een lantaarn zie ik echter weinig. Een soort startschot klinkt en ik schuifel achteraan in de meute door het hek van vv Leerdam Sport ’55 over de denkbeeldige startstreep. Zoon Remco heeft me een uurtje geleden hier afgeleverd. Terwijl we in de kantine aan de koffie zaten keken we eens rond naar de overige deelnemers en wisselden een blik van verstandhouding. Dit is een serieus clubje vijftigplussers. Geen impulsieve jonge gasten die in een opwelling op het laatste moment hebben besloten zich aan deze monstertocht te wagen, of toch? Misschien is het tafeltje waaraan wij zitten een uitzondering? Ikzelf heb eigenlijk geen meter getraind maar denk voldoende te hebben aan mijn hardloopconditie. Links een jongen van half in de twintig die vol trots laat weten twee weken geleden ook de tachtig van de Langstraat gelopen te hebben. Tegenover ons een leuke jonge meid van rond de twintig die haar eerste ‘tachtig’ gaat proberen, overgehaald door haar vader naast haar, die er al twintig op heeft zitten. Vader stopte me meteen vijf euro voor Reza in handen toen ik mijn reden om mee te doen vertelde. Nichtje Monique kwam lachend op me af, een enorme bos zonnebloemen en een zak snoep torsend. ‘Bedankt’, staat op het kaartje. Nog niets gedaan en nu al bloemen, als dat maar goed gaat? Het sponsorgeld gaf ik even later aan de moeder van Reza en foto’s werden gemaakt. Inmiddels lopen we in vlot tempo door Leerdam. In de huizen zie ik mensen gezellig onderuit op de bank. Vrijdagavond, weekend. Het is windstil en behalve een minieme kans op een buitje rond elf uur vanavond blijft het droog. Heb dan ook alleen zo’n wegwerpcape bij me, op het laatste moment door vrouw Aria in m’n rugzak gepropt. Langs de hoge stalen wanden van de Koninklijke Glasfabriek lopen we richting dijk. Pas gisteren vond ik op de website de routebeschrijving, gedetailleerd, een pak van zes A4-tjes. Een beetje ongerust, moet ik niet aan denken in het donker vanaf deze beschrijving de route te moeten zoeken. Bij de tachtig van de Langstraat waar ik ook een keer aan mee deed liep je gewoon achter elkaar aan. Niet moeilijk met bijna drieduizend deelnemers. Dat is hier anders, dus ik doe mijn best een groepje voor me in het oog te houden. Inmiddels heb ik begrepen dat het voor de meesten de zoveelste keer is, die zullen dus de weg wel weten. De Linge steken we over en via een smal donker paadje gaat het richting Heukelum. Een eindje voor me loopt iemand met een soort kerstboom op z’n rug, tenminste de lampjes die me van afstand fel in de ogen schijnen doen me er sterk aan denken. Bovendien vind de beste man dat hij ook nog geluid moet maken. Een soort Kerstman in september dus want bij iedere stap hoor je ‘ting, ting, ting.’ Behoorlijk irritant, ik probeer het hoofd van iemand vlak voor me tussen de lampjes en mijn ogen te houden maar het blijft me ergeren. Iemand net voor me blijkbaar ook want die blijft een half minuutje stil staan zodat hij iets verder bij kerstboom vandaan is. Ik besluit mijn tempo een tikkie op te voeren om de beste man te passeren. Na een tijdje lukt dit en na nog een tijdje beluister ik opgelucht zelfs de tingel niet meer. In hetzelfde tempo bereik ik de eerste zgn. doorlooppost. Aan de kant van de weg staat een soort kraampje van de organisatie, helder verlicht en voorzien van heerlijke warme thee, koffie, peperkoek, broodjes, snoep en bovendien geserveerd door opgewekte meelevende mensen. Bravo! Als ik denk hier even te blijven hangen kom ik een beetje bedrogen uit. Het groepje waar ik tussen liep is in een mum van tijd weer op de been en ik ben steeds weer verwonderd hoe ver je in een of twee minuutjes weg bent. En hoeveel moeite het kost als je dat weer in wilt halen. Over weer een dijk lopen we langs de Linge richting Spijk. Ik stuur mijn zus Laura die daar in de buurt woont al lopend een berichtje. ‘Wandel nu bij Vogelswerf jullie richting uit’. “Wat een vreemde tijd’ krijg ik als antwoord. Als we later tegen middernacht langs haar huis komen laat ik haar dat weten’. ‘Ik kom er niet meer uit hoor, hoever moet je nog?’ Als ik dan quasi nonchalant ‘nog vijftig kilometer’ intoets vind ik dat best stoer staan. De nacht is nog steeds prachtig, in het vele water van vlieten, sloten en meertjes die we passeren zien we de wolken en
boomtoppen weerspiegelt. Toch opeens een lichtflits en gerommel. We vragen ons af of het afkomstig is van onweer een dorpsfeest in de buurt. Een vredig wereldje van stille buitenlucht met soms een kwakende eend in een zacht concert van stappende voeten over de donkere weg. Als we weer eens een torenklok in de verte horen tellen we de slagen, alweer een uur voorbij, nog maar een uurtje of elf zo door gaan. Mijn angst om de weg steeds te moeten zoeken is wel verdwenen. Nu we de bebouwing achter ons hebben gelaten zien we bij iedere bocht een duidelijke pijl voorzien van een staafje ledlicht. Geweldig gedaan, een hele zorg minder. Bovendien blijken de meesten de voorkeur te geven aan het lopen met anderen. Bijzonder hoe zo in no-time een intiem sfeertje ontstaan tussen lotgenoten op weg om de zelf gestelde missie te volbrengen. Bovendien gaat de tijd veel sneller als wat heen en weer praat. Voor mij de kans om nog eens over mijn Afrika avonturen te vertellen en andere leuke vertelverhaaltjes uit mijn oude doos. Een hele tijd loop ik samen met een rustige man uit Nieuwland die een houthandel heeft in Meerkerk. Ik beluister weer eens de dagindeling van iemand met een eigen bedrijf. Zonder een moment te willen imponeren of klagen verhaalt hij dagelijks om vijf uur op te staan en na een ontbijt met krant richting werk te rijden om daar alles in gereedheid te brengen zodat de klanten, dikwijls bouwbedrijven, hun materiaal voor die dag snel mee kunnen nemen. We lopen intussen richting Acquoi, waar de eerste controlepost is.
Een vraagje blijft in me knagen, wie vertelde me afgelopen week nou nog meer dat hij uit Nieuwland kwam? Waarschijnlijk schiet het me over en uur of zo opeens te binnen.
Met koffie met krakeling zit ik even buiten op het terras, Mijn tijdelijke medelopers zijn nog binnen, als ik de deur in de gaten houdt kan ik ze niet missen. Als er echter niemand komt, kijk ik toch eens binnen en constateer dat het theehuis een tweede uitgang heeft waardoor de meesten hun weg vervolgen. Beetje op goed geluk loop ik dan ook maar in de gewezen richting. Al na een paar minuten zie ik het voor mij inmiddels bekende rode lampje van mijn medeloper van de houthandel.
De uren verstrijken en ik neem twee dingen waar. Bevestiging van wat ik in m’n hart allang weet. Mijn schoenen zijn net een half maatje te klein en mijn wandeltempo een half maatje te groot.
Ik draag veiligheidsschoenen die al een jaar zijn ingelopen. Bovendien zijn ze van het type “Trucker’ dat ik al vele jaren probleemloos draag en heb er al vele tochten mee gelopen. Maar al vanaf het moment dat ik ze paste wist ik het eigenlijk, minder dan een half maatje te klein. Maar te klein is te klein en ik begin vooral m’n linker grote teen te voelen. In het groepje van vier waar ik het laatste uur mee loop is het gezellig en in de buurt van Schoonrewoerd komen we erachter dat ik samen met mijn linker en rechter buurman/vrouw alle drie een zoon of dochter uit 1986 hebben. De meest linkse dame reageert niet, misschien heeft ze het niet gehoord, maar het kan voor haar misschien pijnlijk zijn hierover te praten. Toch ben ik er stiekem nog steeds benieuwd naar. Als ik begin over de term ‘stralend weer’ en onze ongerustheid indertijd na de Tsjernobylramp vertelt Jos uit Ammerzoden dat hij zijn zoontje in de kinderwagen buiten in het zonnetje snel naar binnen reed. Zo lopen we vierbreed over stille landwegen. Al in dit stadium merk ik mijn lichte slingering zo af en toe, het begin van vermoeidheid. Heel langzaam naderen we Leerdam weer en zullen er dan 40 km op hebben zitten. Ik voel de spieren in m’n bovenbenen die me stil toefluisteren dat ik me toch lichtelijk aan het opblazen ben. Na de soep gaat het nu op Asperen aan, opnieuw de Linge over. De vierde van ons groepje, heeft aangegeven dat het voor haar iets te snel gaat en dat ze daarom meteen maar is doorgelopen. Bij iedere stop wil ik eigenlijk best iets langer blijven zitten maar de rest lijkt die rust niet nodig te hebben. In Asperen roep ik zacht ‘Wim’ als we het huis van vriend Wim passeren. Dan langs de stadswal opnieuw richting Linge. Jammer dat het zo donker is, ik weet hoe mooi de omgeving hier is, je ziet er alleen niets van. Jos, die hier totaal onbekend is heeft dan ook de hele nacht het idee aan het eind van de wereld te zijn beland. Wat een contrast met de drukte van de tachtig van de Langstraat die, ook hij, twee weken geleden gelopen heeft. Heel langzaam wordt het
iets lichter en zien we dunne mistbanken de plaats van de duisternis innemen. Wel erg mooi maar eigenlijk zien we nog niets. Ik loop weer een tijdje naast Frank (?) Met zijn lange benen neemt hij wat grotere stappen dan ik en het voelt alsof ik harder moet lopen dan hij en besluit dan ook hem te laten gaan. Eenmaal een stukje achter hem houden we toch hetzelfde tempo maar dit lijkt me vreemd genoeg minder inspanning te kosten dan naast hem. Bij Gellicum gaan we via een tunneltje onder de weg door en lopen nog steeds langs de Linge als mijn telefoon gaat. Collega Arjan Baart, hoe het gaat? Hij is al vroeg aan het werk en vertelt honderduit over de excursie met collega’s gisteren. Haast ongemerkt ben ik al pratend opeens een halve kilometer verder en constateer nadat ik heb opgehangen opeens weer naast Frank te lopen. Met de vele vers gevallen noten in Rumpt zou ik Aria blij maken, maar ik durf niet te bukken omdat m’n beenspieren dan weleens op slot kunnen schieten. Brug over naar Beesd en na de post bij café ’t Voorhuis’ richting landgoed Mariënwaard. In het café is het trouwens zo warm en benauwd dat ik heel snel naar buiten moet omdat ik anders tegen de grond ga ben ik bang. Net weer buiten stoot ik mijn schoenpunt tegen een ongelijke tegel. Aauw, mijn pijnlijke nagel. Het duurt een hele tijd voor het pijnlijke gevoel is weggetrokken. Ik loop nu met de dame die eerder iets langzamer wilde lopen, weet niet hoe ze heet. Ook zij is en beetje van mijn leeftijd (net zoals veel anderen) en we constateren dat we allebei graag hardlopen. Ook zij heeft heel wat marathons gelopen. Negen keer Rotterdam en een keer Amsterdam. Als ik van mijn exemplaren begin te vertellen gaat haar mobieltje. Manlief, hoe het gaat? Na twaalf lange kilometers over Mariënwaard zijn we weer terug in Beesd. Onderweg belt radio Afm nog voor een interview. Hadden ze vooraf al gevraagd maar ik was het bijna vergeten. Intussen schijnt de zon volop en loop ik in m’n T-shirt met het portret van Reza. Jammer dat nu eindelijk het zicht prima is, mijn zicht het steeds minder waarneemt. Als we langs het huis van schoonmoedertje komen lopen ik snel even bij haar binnen. Ik zeg dat ik kom zeggen dat ik weer ga. Ze is bijna 95 en heeft zodoende het (geen) gehoor van een 94-jarige en daarom moet ik hard roepen. Maar ze is nog prima bij de tijd en roept tot afscheid ‘tot morgen’. Zondagsmiddags gaan we altijd op visite, dat weet ze precies en rekent op ons. Ben bang dat ik dan helaas nog onder zeil ben. Snel loop ik naar de stempelcontrole in hetzelfde cafe, voor insiders ‘De Bul’. Vlak ervoor zie ik dezelfde opstaande tegel. Zie nu pas hoe hoog hij uitsteekt, geen wonder dat ik er tegen stootte. Langzaam begin ik de beweegredenen van de meer ervaren lopers te begrijpen. Hoe langer je blijft zitten hoe beroerder je weer op gang komt. Zeker tien minuten ben je krakend en piepend bezig je ritme weer op te pakken. We zijn het ook snel eens over het welbekende ‘verstand op nul en blik op oneindig’. Een mooi mechanisme van het lichaam dat ik al eerder heb waargenomen. De eerste uren word je steeds helderder, en weet de oplossing van alle wereldproblemen zo je wilt. Langzaam begint je lichaam wat te protesteren. Wél waarnemen, bedenken of je er iets aan kunt verhelpen, zo niet, negeren! De automatische piloot het over laten nemen. Niet te ver vooruit denken en je missie opdelen in stukjes. In kilometers, liever nog in uren. Zo min mogelijk op je mobieltje kijken naar de tijd en de resterende tocht visualiseren en vergelijken met welbekende stukjes. ‘Nog maar drie uurtjes lopen’, zeg ik tegen Frank die er op gegeven moment aardig doorheen blijkt te zitten. Wat is nu drie uur? We hebben er al dertien op zitten. Heen en terug naar mijn werk, dat is een makkie, toch? Steeds meer bewondering krijg ik voor de sympathieke doordouwer naast me. De dag van de start van de tocht heeft hij nog gewoon gewerkt en zelfs op deze zaterdagmorgen vang ik nog flarden op van een telefoongesprek over platen multiplex waar nog iets mee gedaan moet worden. Mijn mobieltje gaat, Aria aan de telefoon. Fijn om haar stem te horen, hoe laat ik er ongeveer denk te zijn? Tussen één en twee schat ik het voorzichtig. Pas tegen het einde, na de laatste post laat ik mijn gevoel toe. Het gevoel dat ik het ga halen. Op slag krijg ik een brok in m’n keel. Merkwaardig wat voor uitwerking emotie heeft op een mens en vooral op mij. Het valt me op dat ik vooraf, bij mijn laatste twee uitdagingen niet meer de vanzelfsprekende overtuiging heb gehad dat het ga halen. Niet dat ik er echt aan getwijfeld heb, maar toch. Bovendien kan ik dit keer gewoon niet stoppen na mijn grote mond en het ophalen van
sponsorgeld voor Reza. Ik weet echter ook uit ervaring dat de stelligheid van een gesteld doel kan vervagen en achterhaald door de harde realiteit. Als je een blessure krijgt, een spierverrekking of zoveel blaren of pijn in je lijf dan treed er een soort veiligheidsmechanisme op en neemt je lichaam het over van je verstand. Gelukkig is daar nu geen sprake van al voel ik sinds een tijdje dat mijn linkervoet bij iedere stap een beetje vreemd neerkomt. De laatste post besluit ik samen met marathondame meteen door te lopen na de controle. De andere vrouw, met ook een zoon (of dochter) uit 1986, zegt dat ik misschien nog de tien kilometer voor Reza met de rest van de groep mee kan lopen. Volgens mij meent ze het nog ook. Nog tien kilometer extra? Geen meter loop ik meer na de finish! Even over een lopen we samen de kantine in om ons te melden felicitaties in ontvangst te nemen en uit te delen. Aria ontfermt zich over me en rijdt me snel naar huis. In het zonnetje vecht ik om m’n ogen open te houden en na een korte douche val ik in een droomloze slaap van een uurtje of zeventien uur alleen onderbroken door een bord friet mèt. In het leven moet iets te raden blijven zei een oud leraar me ooit al. Blijft dus voor mij een vraag over die verder nergens toe doet. Zouden we lopend in de maneschijn, nu drie, of alle vier een zoon of dochter hebben uit 1986?
Zal Reza en haar ouders een zorg zijn.
Alle sponsors bedankt die hen een betere toekomst wil bezorgen.

Henk van Noorloos
28 september 2014

6e Kennedymars vrijdag 27 op zaterdag 28 september 2014


Even voor 21.00 uur begint de marsleider met wat inleidende opmerkingen. Dit jaar starten we niet vanaf het winkelcentrum bij het Europaplein. Dat is enerzijds jammer, ik vond het wel leuk vorig jaar om door het muziekkorps muzikaal op weg geholpen te worden. Anderzijds komt het me goed uit want dan heb ik nog even rustig tijd om Runkeeper op te starten voor deze nieuwe uitdaging van 80 km. Ik loop nog snel even de kantine in om te vragen hoeveel deelnemers er nu exact starten. “Honderdnegen”, vertelt de medewerkster achter de inschrijftafel. Mooi aantal, denk ik. ’t Is de 13e x dat er een Kennedymars wordt gelopen in Leerdam. Voor mij de 2e x hier & mijn 6e mars in het totaal.
Wij starten en lopen de nacht in, terwijl we door een haag lopen van ouderen en jongeren, die ons met vurige tuinfakkels uitgeleidde doen. Een leuk alternatief voor de plaatselijke fanfare. Na een paar km, loop ik naast Mart, de recordhouder. Hij loopt alweer zijn 226e Kennedy vannacht. Vorig jaar om deze tijd liep hij z’n 204e mars. Hij loopt er dus ruim 20 per jaar. Klasse hoor!
Achter ons lopen 4 jonge militairen. Ze zijn volop in gesprek. Over hoe het er aan toe gaat op de academie en waar ze tegen aan lopen en wat ze vinden van de instructeurs enz. Soms volgt er ook een sterk verhaal, bijv. over een fanatieke rekruut, die het voor elkaar kreeg om tijdens een speedmarch, zelf de meest fitte instructeur er uit te lopen.
Inwendig moet ik soms glimlachen, maar de gesprekken van deze jongens geven ook afleiding. Na ruim 7 km is de eerste doorlooppost met koffie. Na een snel bakkie, loop ik door en kom ik na 500 meter de 4 militairen tegen, die ook meteen zijn doorgelopen. Ik vraag waar ze gelegerd zijn. “We komen uit Breda en volgen daar de KMA.”, zegt eentje. We raken in gesprek over wandelen en sporten. “Waarom loopt u deze marsen? “, vraagt een ander. “ Ik geniet vooral van de stilte en de rust v.d. nacht”, vertel ik hem. “O, dan was u zeker niet zo blij, toen we net achter u liepen”, reageert hij. “Nou, dat valt mee hoor”, geef ik terug; “ bij een volgende post, blijven jullie misschien langer rusten of ik, dus het deelnemers veld verspreid zich vanzelf. En bovendien was het ook wel leuk om wat van jullie gesprekken op te vangen.”
Na 14 km komen we in Heukelum. Ook hier besluit ik snel door te gaan. Ik loop nu weer alleen, terwijl er voor mij wat mensen lopen en ook achter mij deelnemers volgen. De achtervolger draagt een zaklamp, die schijnt op de rug van degene die in de verte voor mij loopt. Mijn schaduw valt net op diens rug. Idee! -> Ik steek mijn hand omhoog en maak met mijn hand wat schaduw-dieren. Wat een grappig gezicht op de rug van die ander. :- )
Rond 23.30 uur bel ik even met mijn collega’s, die in de nachtdienst zitten: Jos en Alyanne. “Nu wel uitlopen hè?”, vraagt Alyanne. Ze doelt op de Omloop waar ik na 60 km uitviel, omdat ik helemaal niet fit was. “Ja, dat komt wel goed vannacht”, zeg ik.
Een paar km later loop ik Titia Mulder achterop. We besluiten samen verder te gaan: gezellig ! Titia praat volop en zegt op een gegeven moment: “ Als ik teveel praat, dan moet je het zeggen hoor.” Om 1.30 uur lopen we door Acqou (wat een bijzondere naam voor een Nederlands plaatsje. Zou het Spaans zijn of Frans?) en om 01.35 lopen we alweer Acqou uit. Dat was snel!
Het is erg stil hier. Rond 02.00 uur hoor ik in het weiland naast me de koeien grazen. Wat een rust! Even later voegt Marcel zich bij ons. Dat is een bijzondere man. Hij heeft al heel wat Kennedy’s gelopen: een ervaren rot. “Ik heb even naar je zitten kijken”, zegt hij tegen me: “ maar aan je looptechniek is nog heel wat te verbeteren.” Ik geef toe dat ik inderdaad mijn armen te weinig gebruik om mijn pas te ondersteunen. Marcel laat legt uit hoe je daar anders te gaan lopen, meer kunt ontspannen en zelfs uitrusten tijdens het wandelen. Ik probeer het uit, maar het voelt nog erg
onwennig. “Ik kan het je niet goed voordoen, want ik heb een ongeluk gehad.” vertelt hij: “ Ik kan niet lopen.” “ Ha, ha,” lach ik spontaan: “ Jij kan niet lopen? Je vertelt net dat je vorige week Nijmegen -Rotterdam hebt uitgelopen ( 160 km) en vanmiddag doorgaat en de 110 v.d. Posbank achter deze Kennedy plakt. Jij bent inderdaad een bijzonder figuur! “
Om 03.45 uur bereiken Marcel, Titia en ik Leerdam weer na 40 km. De helft zit er op. We nemen de tijd om lekker even te rusten en ik verwissel ondertussen mijn batterij v.d. telefoon, zodat ik Runkeeper weer aan kan zetten. Na een klein kwartiertje gaan we vol goede moed verder.
Na een tijdje naderen we Asperen. Marcel vraagt: “ Wat zegt die mevrouw toch elke keer? Waarschuwt ze je voor gevaar? Of een terroristische dreiging?” “Nee, leg ik uit: “ Runkeeper geeft me elke 5 minuten door hoe ver en hoe lang ik heb gelopen en wat de gemiddelde snelheid is.” “Dit witte huis, staat 300 meter v.d. stadswal, “zegt Marcel.”Tel je even mee, om te kijken of de stadsmuur verlegd is? ” Ik begin mijn stappen te tellen, maar raak de tel kwijt. “Geeft die mevrouw ook aan als je te lang ergens rust neemt?”,grapt Marcel. “Nee, hoor, maar de tijd loopt wel gewoon door!” Opeens doemt de stadsmuur op. Ja, was het nou wel of niet 300 meter? Wat suf! realiseer ik me, ik had gewoon op Runkeeper kunnen kijken, wat de afstand was op het moment dat Marcel me de vraag stelde over de 300 meter, dan had ik het exact kunnen vertellen… Nou ja..
Bij de volgende doorlooppost heeft Marcel moeite om weer op te staan. Titia en ik besluiten alvast door te gaan. We lopen nu langs de Linge, die glinstert in het donker. Een mooi gezicht. Ik kan wel merken dat ik bijna 50 km in de benen heb, want het gaat niet meer zo soepel. Na een poosje worden we ingehaald door Marcel, die zoveel energie over heeft, dat hij meteen doorloopt.
Om 06.30 uur bereiken we Beesd. Het is nog net te donker om het reflectievest uit te doen, dus die houden we maar aan. Rond 07.00 uur begint het wat te “gloren” en om 7.30 uur komt de zon op. Zon? Door de laaghangende bewolking zien we maar een heel mager zonnetje. Sterker, er komt meer mist opzetten, die vannacht al voorspeld was.
We bereiken tegen 08.00 uur de laatste doorlooppost waar Willem ons samen met zijn collega oppept en voorziet van broodjes, soep en andere lekkernijen. Titia en ik lopen met nieuwe energie weer terug naar Beesd. Mijn rug laat merken, dat het mooi is geweest, dus in Beesd neem ik even tijd voor wat rugoefeningen. Omdat ik ook wat last heb van een pijnlijke plek in mijn linkerbovenbeen, neem ik op advies van Titia toch maar een PCM. “Ja je moet er eigenlijk meteen 2 nemen, anders bouw je geen spiegel op.”,zegt Titia, die ook werkzaam is in de zorg. Ach, als ik het met eentje red vind ik het ook prima, denk ik.
Nog maar 2 uurtjes wandelen, lekker! Het loopt soepel en dat komt mede doordat de zon toch nog is gaan schijnen. Ja het wordt zelfs warm. Ik ben blij dat ik in Beesd mijn broekspijpen heb afgeritst.
In Leerdam worden we de laatste km bij gehaald door een oudere man van 74, die er nog kwiek bijloopt. Hij heeft ook al vele marsen gelopen. Hij verteld dat hij altijd na een mars ’s middags een rondje ging lopen met zijn hond, om het er uit te lopen. Maar ja, nu is de hond overleden, besluit hij. Nou, dan moet u uzelf maar uitlaten, vindt Titia. Hij kan er wel om lachen. 200 km voor de finish feliciteren we elkaar. Ja, pas op zegt hij, straks val je en lukt het niet meer. “Nou dan kruipen we desnoods naar de finish” zeg ik. En om 11.26 uur melden we ons opnieuw bij de inschrijftafel.
Na een verkwikkende douche krijgen vragen we wanneer we naar het station kunnen worden gebracht. Normaal rijdt Willem de bus, maar die is al weg. Een van de andere vrijwilligers geeft ons spontaan een lift met zijn auto, zodat we de trein nog kunnen halen. Wat een service!
Bedankt voor de goede verzorging en ondersteuning. Ik heb er weer van genoten.


David Gerrits

Aantal dagen
tot de
80 van de Glasstad
0
0
1
1

 

 

  • AccuraatPlaagdierenbestrijding-01.gif
  • asvz.gif
  • Friesland-Campina.gif
  • Heerenlanden-College.gif
  • kidsonly.gif
  • mastermakelaars.gif
  • skcn.gif
  • taorental.gif
  • Transfer.gif
  • TSL.gif
  • Tweewielercentrum-den-Breejen.gif
  • VanWijkAutoschade-120x90-01.gif
  • VSI.gif